27-06-06

 PARLAN.DOC (11)

ODE AAN DE ZORGELOZEN (1)


1.


(Knip, knip.) Ook vandaag zien ze het best weer zitten: kommerloos, een nieuwe sessie.


Ten aanval!


(Benijd ze. Ja, benijd ze, de zorgelozen - schitterend overeind in hun onthutsende stelling dat er voor alles, vroeg of laat, wel een woord bestaat.


Waar halen ze het?)


2.


De besten onder hen werden van het ergste niet gespaard. Behalve dat is hen nooit iets overkomen.


Tekortschieten. Naar hun aanvoelen een natuurlijk gegeven. Ze gaan ervoor.


3.


Willen is hun koek niet meer. Berekend houden zij oprechtheid en authenticiteit op afstand.


Nieuwsgierigheid is hun te min.


Verlangen mijden ze (‘Niet langer verlangen’, of met nuance, ‘Minder verlangen’. Ja, ‘Minder verlangen!’ Het is hun slogan en hun hoop. Ze hebben er waarschijnlijk allerlei redenen voor).


Tot de kern gaan ervaren ze als verloren tijd.


Een mening hebben ze niet. Moet dat? Ze houden het liever zo. Ze houden van zo.


Nee, geen onverschilligheid: te veel tijd, te veel bestaan heeft hen ooit omvat. Te veel nodeloze stappen. Misstappen.


(Traagjes lopen op de begane grond. Kuieren: hun doorwrochte levensdoel.)


4.


Gezocht voor een ereplaats in het gedicht: enkele gevatte woorden vol luchtruim, met altijd open, soms verstreken betekenissen en met potenties tot dubbelzinnigheid op kruissnelheid.


5.


Zonder geklaag hun ritmische babbels: jazz of rap dat ze maken tot mooi weer. Tot de slagzin ‘Alles komt in orde’. Al weten ze van niet en van niets.


6.


Van vorm krijgen ze kou. Brr... Greep hebben op de dingen? Geen interesse. Een giller.


Hun laatste uur? Een loyale aardse zucht.


Wat hen betreft mogen na hun sterven onderling de kraaien uitzinnig over hun resten redetwisten. Pik. Pik.


7.


Lascia dir le genti. Hun talige verspilzucht hebben ze te danken aan hun optimaal gevoel voor overtolligheid.


8.


Let niet op hun letsels. Laat ze doen en hou je gedeisd, gedicht.


Onderga. Leer bij.


Hun broze uitgelatenheid: laat je erop drijven. Begrijp het. Hoop op hetzelfde soort uitstel. Hoop op wat zorgeloos zal komen na de woorden, gedicht.


9.


Zij scoren in het gevecht tegen de ernst. Zonder valsspelen en geschater. Met een scheve mondhoek (te vrijgevochten om het een grijns te kunnen noemen), een verspreking, een slip of the tongue, een bak die lang en aanstekelijk in hun ogen blijft blinken.


10.


Doodgaan, da‘s dik in orde. Ze werken daar elke dag aan. Het houdt hen bezig. Goed bezig. Een hele dag, hun hele leven lang.


Hun tactiek: ze stellen alles uit, ze lengen alles uit en zeggen: ‘houden zo, houden zo’


Iets zeggen - al is het onbenul - werkt in hun geval bezwerender dan zwijgen.


(Zou je denken?)


11.


Midlife wordt het hen steeds duidelijker. Het is één en al stuurloosheid! Daarom houdt mopperen hen soms bezig. Mopperen is hun plaats in de manke wereld.


Zij gaan wel eens scheep op hun ergernissen, zeilen op hun geweeklaag, verzinken in hun infamieën. Nooit is het hen fataal.


(Hun linkshandigheid werd van kindsbeen af verdrongen. Vandaar, dat ze wel eens brokken maken.)


12.


Ouwehoeren als er niks meer te zwijgen valt. Als er bij wijze van spreken niks anders meer op zit.


Ouwehoeren als je alle redenen hebt tot opgewektheid, als - alle remmen los en onbenullig - echt alles moet worden verteld.


Geen andere uitweg: als echt alles moet worden verleid, melancholie.


Ouwehoeren. Gezapig grazende, alles herkauwende koetjes en kalfjes in de kudde van de taal.


Alain Delmotte


Met de rubriek 'PARLAN.DOC' wil Parlando! één Vlaamse dichter een maand lang speciale aandacht schenken. Elke week wordt minstens één bijdrage van hem verwacht.
Het PARLAN.DOC-archief is hiernaast na te gaan. De vorige gast Bart Vonck schoof Alain Delmotte naar voren. Dit is zijn derde week.

12:06 Gepost door PARLANDO! | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.