21-06-06

PARLAN.DOC (11)

POËZIE IN HET KLEIN 2


KWETSBAAR ALS HET VEL VAN EEN LUCHTBEL


Benaderingen van Julien Vangansbeke


Dit jaar werd de dichter Julien Vangansbeke 70. Hij vierde dit - na een kwart eeuw koppig zwijgen - met een nieuwe publicatie!


Dit evenement doet u, lezer, waarschijnlijk wat fronsen. Wie is in godsnaam Julien Vangansbeke? Ik zeg het vooraf: hij staat in geen enkele poëziebloemlezing. Zijn bundel zult u nergens te koop vinden (welke dichtbundel wel?), want het betreft een publicatie in eigen beheer. En wie is nu nog geïnteresseerd in de poëzie van iemand die ouder is dan veertig? Op de koop toe werd hij nooit bekroond. Op een paar poëziewedstrijden na. Maar is het ‘winnen’ van een poëziewedstrijd wel een echte bekroning? Waarom dan de aandacht vestigen op dit ‘non-event’?


Julien Vangansbeke behoorde lange tijd tot de redactie van het tijdschrift Yang. Ik heb het  over de jaren zestig/zeventig. Lang voordat Yang het tijdschrift was zoals we dat nu kennen. In die dagen was Yang een van de tijdschriften rondom het nieuw-realisme. Binnen die redactie was Julien Vangansbeke de verantwoordelijke voor de Yang poëziereeks. Jarenlang redigeerde Julien die reeks waarvan ondertussen enkele bundels als bibliofiele kleinoden worden beschouwd (waaronder met name deze van Roland Jooris.) Vele Vlaamse dichters debuteerden in de reeks. Een greep: Wilfried Adams, Marcel Van Maele, Lucienne Stasaert, Roger  M.J. De Neef, Eriek Verpaele, Lut De Block, Frank de Crits, Frank Hellemans, Joris Denoo, Paul Rigolle, Frank Pollet... Er zijn in de reeks 144 bundels verschenen. Niet allemaal meesterwerken. Da’s duidelijk en de dichters die het wel maakten (of zo ongeveer) zijn ondertussen een flink eind over de veertig. Ze bestaan dus niet meer.


Zelf besta ik ook niet meer, want ik gaf in de reeks twee bundeltjes uit. Voor die uitgaven ben ik Vangansbeke erg dankbaar. Omdat hij het proces (van manuscript tot drukwerk) op zijn typische, schijnbaar ruige manier begeleidde. Hij gaf tips. Tussen neus en lippen. Hij moedigde aan, wees op ‘fouten’. Hij was kordaat als er knopen moesten worden doorgehakt: hij hield van beslissingen.


Hij had zo een eigen mening over poëzie. Hij had bovenal een hekel aan arrogantie. Hij hield niet van gedichten die teveel intellectualisme etaleerden. Laten we stellen dat hij het moeilijk zal gehad hebben met de veranderende tijdsgeest die zich eind jaren tachtig begon af te tekenen. In die periode gaf hij er in ieder geval de brui aan.


Julien Vangansbeke kon zachtaardigheid met hardnekkigheid combineren. Een bijzonder karakter, mag je wel zeggen. In zijn kritische beschouwingen (die ooit werden gebundeld door uitgever Van Hyfte) sprak hij zijn onverholen meningen uit. Hij spaarde de roede niet, maar op een of andere ‘afrekening’ kon je hem niet betrappen. Rancunes inspireerden hem niet.


Als dichter is hij een minor poet. Ik bedoel daar niets denigrerend mee, want welke dichter in ons taalgebied is geen minor poet? Als we onze blik even over de taalgrenzen richten, wat rest er dan van de Nederlandstalige poëzie? Wie van onze dichters mogen elders in de wereld meespelen? Hebben wij voorgangers, vernieuwers, lyrische grootmeesters? Ik beweer niet dat we zo geen dichters hebben, maar ze zijn minder talrijk dan we denken, dan sommige ego’s durven hopen. U verwacht van mij natuurlijk namen. Dit zal tevergeefs zijn, want ik zie momenteel niemand - wellicht kijk ik er naast. Zouden dat in Vlaanderen bijvoorbeeld Claus of Nolens kunnen zijn? Tja, zijn die niet ouder dan veertig? (Paul Van Ostaijen was 32 toen hij stierf. Daarom bestaat hij nog.) De Nederlandstalige poëzie, ik herhaal het, is voornamelijke een poëzie van minor poets, een poëzie in het klein. En ik zie niet in wat daar schandelijk aan is. Alleen de ego’s ergeren me wel eens. Wat ik wel zeggen is dat iemand als Julien Vangansbeke best een plaats mag hebben. Alle dichters hebben een plaats. Iedereen heeft bestaansrecht. Wat niet belet dat ik er wel een (respectvolle) mening kan op nahouden wat hun werk betreft.


Mij interesseert de vraag wat poëzie is, in feite niet. De vraag die me bezighoudt is wat poëzie eventueel zou kunnen zijn. En als ze dan zo zou zijn, wat zijn daarvan de consequenties voor het gedicht, voor de dichter en voor het gedicht in mijn leven - en dat leven zie ik ruimer dan mijn ego of het ego van een dichter. Ik zoek in een gedicht naar een eventuele betekenis. Zelfs al betekent - zoals in de meeste gevallen - het  gedicht erg weinig.


Maar terug naar Julien Vangansbeke. In eerdere bundels viel Julien als een erg beeldend zelfs als een wat barok dichter uit. Hij synthetiseerde de verworvenheden van zowel traditie als (wat toen genoemd werd) ‘het experiment’. De grote thema’s (leven en dood) werden op ontroerende manier tot het particuliere teruggebracht, maar waren nooit zuiver anekdotisch. Het resultaat tendeerde naar een soort onpretentieuze belijdenispoëzie. Zijn gedichten getuigden van een grote taalkracht die in zijn beste momenten gespierde lyriek en in zijn zwakste momenten wat pathos tot gevolg had. Pathos vinden we in deze nieuwe bundeling (die in zijn vormgeving een beetje aan de Yang-bundels doet denken) niet terug. ‘Benaderingen’ bevat een reeks gladgeschoren gedichten waarin understatement en melancholie het met elkaar uit proberen. Als dit ouderdomspoëzie is, dan wil ik best meteen zeventig worden, want het lezen van deze gedichten doet fris aan. Zelfs al loert de doodsthematiek af en toe om de hoek. Van sommige versregels straalt de levensdrift er af. In de contouren van de gedichten ontwaren we iets van de proletarische non-conformist, de vrijbuiter die Vangansbeke als karakter altijd wel is geweest. Geen gecultiveerd narcisme hier:


Telkens als ik het woord ‘ik’ pen
is er wat aan de hand
met mij.


Geen versregel ver
of er zit een kiezeltje
in mijn schoen.


Ik keil het weg of
bewaar het in mijn broekzak.


Geen kapsones dus. Alles laconiek gereduceerd tot toch wel een vitalistisch aandoende zeggingskracht. En stiekem is er die blijvende nood aan wat extase. Duikt een lyrische lokroep op:


Een slapende voet schudt me wakker
tegen je toegewijde rug.


Ik strek mijn armen uit
tot achter de horizon.


Zomerzot geef ik gehoor
aan de lokroep van een merel.


Vertederd verwijl ik
boven alle gelijk van de wereld.


Dat speelse staat dan tegenover het bloedernstige, het hier en daar op indringende wijze geëvoceerde kwetsbare dat op het einde van de bundel ‘het vel van een luchtbel’ wordt genoemd:


Geduldig wacht ik
onder mijn broeierig schedeldak.


In mijn borstkas
steekt een rukwind op.


Het raam op de werkelijkheid
klapt open en dicht.


Als het bliksemt
knipper ik met mijn ogen.


Maar de meest opvallende teneur is het understatement. De melancholische vrolijkheid,  het knorrig realisme, de geïroniseerde ergernissen die door de dichter ‘bagatellen’ worden gedoopt.


Ik sta bij de slager.
Een vrouw in de rij
spuwt zwavel en pek.
Ik wou dat ik haar
met een liefdesbeet
de mond kon snoeren.


Het gebruikte idioom is Vlaams geaard: kleurrijk, recht voor de raap. Knipmes-Nederlands. Het doet me wel eens aan de taal van Minne denken met wie Vangansbeke althans in deze gedichten een soort verwantschap vertoont.


Ja, dat boekje heeft me verrast. Het is zeer lezenswaardig. De lectuur ervan heeft bij momenten zelfs iets prangend. Hoe klein die poëzie ook is, in de kiem heeft ze iets groots. Groots in de betekenis van waardig. De bundel loont absoluut de moeite. Ik kan het u verzekeren: meer dan een doorsneebundel.


NACHTBLAUW 4


Een zeldzame keer spring ik
nog over daken.
Vallen meisjes op mij.
Misgunt geen spier me
wat ik kweel over liefde.


Maar wat ik verlang
verdwijnt door een barst in het plafond.


Ik sta op om te plassen.
Schenk me een kop koffie in.
Neem pen en papier
en schrijf met vaste hand
een prop vol woorden.


‘Benaderingen’ - Julien Vangansbeke - Drukkerij Vita-Zingem, 2006
ISBN 90/73323/20.
Voor een peuleschil te verkrijgen bij de auteur: Groenewandeling 70 - 9031 Drongen.


Alain Delmotte


Met de rubriek 'PARLAN.DOC' wil Parlando! één Vlaamse dichter een maand lang speciale aandacht schenken. Elke week wordt minstens één bijdrage van hem verwacht.
Het PARLAN.DOC-archief is hiernaast na te gaan. De vorige gast Bart Vonck schoof Alain Delmotte naar voren. Dit is zijn tweede week.

09:35 Gepost door PARLANDO! | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.